Het onderdeel hindernissen...
Een verplicht onderdeel bij de examens voor reddingshond speuren, vlakterevieren en puin is het afleggen van een hindernisparcours. Voor het niveau 'geschiktheid' is dit een kort parcours; voor de niveau's A en B een uitgebreider parcours.

Bij de eerste oefening die moet worden uitgevoerd moet de hond zelfstandig lopen over een niet-vast liggende plank. Ook wel genoemd de "vatenbrug": de constructie bestaat meestal uit twee olievaten en een lange plank daarover. De hond moet de oefening rustig en beheersd uitvoeren, zodat het geheel niet instort.
Daarna komt de wip. Ook hier moet de hond zelfstandig over de wip lopen tot voorbij het draaipunt, en daar blijven staan. Ook deze oefening vergt rust en beheersing van de hond.
Bij de derde oefening (foto's hieronder) is het de bedoeling dat de hond rustig over een horizontaal geplaatste ladder loopt. Aan het einde van de ladder moet de hond blijven staan, waarna de geleider de hond er af tilt en op de grond zet.
Vervolgens is de breedtesprong aan de beurt. De hond moet na de breedtesprong blijven staan wachten tot zijn geleider zich bij hem aansluit.
Daarna komt de kruipoefening, waarbij de hond door een tunnel moet kruipen (of gewoon lopen, afhankelijk van het formaat van een hond). Aan het einde van de tunnel wacht de hond weer op de geleider.
Voor de zesde oefening zijn voor de hond 'onaangename materialen' neergelegd. De bedoeling is dat de hond ook over deze ondergrond netjes blijft volgen en een keer halt houdt.
De voorlaatste oefening is het dirigeren. De hond wordt naar een vast punt gestuurd (daar staat een pion), waar hij moet wachten op een volgend commando. In een denkbeeldige driehoek staan om de pion heen 3 verhogingen opgesteld.
Achtereenvolgens moet de geleider zijn hond vooruit, links en rechts dirigeren, in een door de keurmeester of examinator bepaalde volgorde. De hond moet steeds de gewenste richting in gaan, en, eenmaal daar aangekomen, op de verhoging springen en wachten op het volgende commando.
Bij de laatste oefening moet iemand de hond optillen, een stukje dragen en hem overgeven aan een ander. De hond moet zich rustig laten dragen, overgeven en weer neerzetten.