Covid-19 protocol examens

Covid-19 maatregelen voor trainingen en examens/wedstrijden NRHB.

De in dit protocol opgenomen wijzigingen zijn alleen voor NRHB examens/wedstrijden die vallen onder de FCI. Het uitgangspunt van dit protocol is de bescherming van de gezondheid, ze zijn alleen voor de duur van de wettelijke beperkingen in Nederland.

Algemeen:

De ID-controle wordt uitgevoerd door één persoon in opdracht van de keurmeester of door de keurmeester zelf. Dit is noodzakelijk omdat als het chipapparaat door verschillende personen wordt gebruikt, deze na elk gebruik moet worden ontsmet. De persoon die de ID-controle uitvoert, evenals de hondengeleider, moet indien nodig een mondbeschermer dragen (als de afstand minder dan 1,5 m bedraagt).

Afdeling A Speuren A en B:

In het speurgedeelte dragen de spoorlegger en de hondengeleider wegwerphandschoenen. Nadat de hond het voorwerp heeft verwezen of geapporteerd, toont de geleider het voorwerp aan de keurmeester. Voor de nieuwe aanzet wordt het voorwerp achter de hond gelegd. De spoorlegger zal de voorwerpen ophalen. Bij Geschiktheid is dit niet van toepassing omdat de geleider zelf het spoor legt.

Afdeling A (Zoekwerk) Vlakterevieren, Puinzoeken, Mantrailen en Speuren:

Verwijzingen:

Bij het beëindigen van de verwijzing houdt de hondengeleider minimaal 1,5 meter afstand van de gevonden persoon. Hij mag de hond in de directe nabijheid van de verwijzing ophalen of bij zich roepen.

Afdeling B (Appèl en hindernissen) Vlakterevieren, Puinzoeken, Mantrailen en Speuren:

Volgen door een groep personen:

Bij het passeren van de groep moet een minimale afstand van 1,5 meter in acht worden genomen.

Met andere woorden, een strakke cirkel rond de personen mag op dit moment niet worden uitgevoerd.

Dragen en overgeven:

Zowel de hondengeleider als de drager zijn verplicht mondbescherming te dragen.

Apporteren:

Bij niveau A: De geleider neemt een eigen apporteervoorwerp mee. Dit dient een gebruiksvoorwerp te zijn zoals in het reglement omschreven.

Bij niveau B: De geleider neemt 3 eigen apporteervoorwerpen mee. Dit dienen 3 gebruiksvoorwerpen te zijn zoals in het reglement omschreven. De meegebrachte gebruiksvoorwerpen moeten van verschillende materialen zijn waarvan 1 van hout, 1 van metaal en 1 van ander materiaal. De keurmeester bepaalt welk voorwerp wordt gebruikt.

Geef een reactie